Ga direct naar de inhoud.

Let op bij bepaling over bijdrage in studiekosten in echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan!

Wanneer ouders gaan scheiden, is het voor ouders en kinderen belangrijk, dat zij zich realiseren wat er in het echtscheidingsconvenant/ouderschapsplan wordt opgenomen over de bijdrage aan de studiekosten. In deze (waargebeurde) casus leest u hier meer over.

Casus

Ouders scheiden in 2002 en ten behoeve van de 10-jarige dochter worden de volgende bepalingen in het echtscheidingsconvenant opgenomen:

3.4 De in artikel 3.3 bedoelde alimentatie voor de dochter zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst per 1 januari 2003.

3.5 Vanaf het tijdstip waarop de dochter meerderjarig wordt, betaalt de man de in artikel 3.3 genoemde alimentatie aan de dochter zelf, op een door de dochter aan te wijzen bankrekening.

3.6 De man verplicht zich aan de dochter, zodra zij de leeftijd van 21 jaar bereikt, een (studie)bijdrage te betalen zolang de dochter met redelijke resultaten en in overleg met hem met een beroepsopleiding bezig is of studeert, doch uiterlijk tot het tijdstip waarop de dochter de leeftijd van 25 jaar bereikt. Dit beding ten behoeve van de dochter is onherroepelijk, zodat de dochter het recht heeft om zonodig nakoming van dit beding te vorderen. De ondertekening van dit convenant geldt tevens als aanvaarding van dit beding door partijen als wettelijke vertegenwoordigers van de dochter.

Deze laatste bepaling is een zogenaamd derdenbeding, dat houdt in dat de dochter de ouders kan verplichten haar studiebijdrage te blijven betalen.

De dochter heeft in 2014 een MBO-4 diploma behaald, daarna is zij een HBO-opleiding gaan volgen, overigens zonder overleg met de vader.

De vader heeft tot december 2013 de in het echtscheidingsconvenant overeengekomen (en geïndexeerde) bijdrage voldaan en is daarna gestopt met betalen. De dochter vordert een bijdrage, zij stelt contractueel recht te hebben op een bijdrage en verwijst naar het in het echtscheidingsconvenant overeengekomen derdenbeding.

De vader stelt onder meer dat er geen sprake is geweest van overleg, er is zelfs al vierenhalf jaar geen contact en verder betwist de vader ook de behoeftigheid van zijn dochter.

Allereerst stelt de rechtbank vast dat de vader niet meer op grond van de wet (artikel 1:395a BW)  verplicht is te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van de dochter, nu de dochter op 1 december 2013 de 21-jarige leeftijd heeft bereikt. Artikel 1:395a BW verplicht ouders te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen, die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt.

Volgens de rechtbank kan de dochter zich niet op het derdenbeding in het echtscheidingsconvenant beroepen, omdat zij zich niet aan de voorwaarden houdt. Er is immers geen contact en dus ook geen overleg met de vader, waarbij het er overigens niet toe doet aan wie dit ontbreken van contact te wijten is.

Let wel op bij een derdenbeding: een kind kan dan een door de ouders in een overeenkomst gemaakte ruimere afspraak dan de wettelijke regeling afdwingen, mits aan alle vereisten wordt voldaan, zoals bijvoorbeeld overleg of soms ook goede studieresultaten.

Van behoeftigheid is bij de dochter, volgens de rechtbank, geen sprake. De Hoge Raad heeft namelijk bepaald, dat er geen wettelijke bepaling is die ouders ertoe verplicht hun meerderjarige kinderen, door het verstrekken van een uitkering, in staat te moeten stellen tot het volgen of voltooien van een opleiding. De dochter kiest zelf voor een (voltijdse) HBO vervolgstudie, terwijl zij al een MBO studie heeft afgerond. Van haar kan verwacht worden, dat zij onafhankelijk van haar ouders in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.

Van behoeftigheid is sprake, indien een kind niet beschikt of kan beschikken over middelen waarover hij/zij in redelijkheid zou moeten kunnen beschikken.

Het verzoek van de dochter wordt dan ook afgewezen.

Lees de hele uitspraak van de rechtbank hier:

ECLI:NL:RBNHO:2015:2709 Rechtbank Noord-Holland, 01-04-2015, C/14/156539 / FA RK 14-1714

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met  mr. Marjolijn van Diepen of mr. Laura Leunissen, familierecht advocaten verbonden aan Westland Partners Notarissen en Advocaten te Naaldwijk. Telefoon: 0174-637597, website: www.westlandpartners.nl

« terug