Ga direct naar de inhoud.

Wijziging begrip “bouwterrein”

Op Prinsjesdag is bekend geworden dat met ingang van 1 januari 2017 het begrip ‘bouwterrein’ als bedoeld in artikel 11 lid 4 Wet OB wordt verruimd.

Vanaf dat moment zal onder een BTW-bouwterrein worden verstaan: “onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om te worden bebouwd met een of meer gebouwen”.
Volgens de regering moet op het tijdstip van de levering worden bezien of op basis van objectief vast te stellen gegevens sprake is van een onbebouwd terrein dat bestemd is om te worden bebouwd. Dit is in ieder geval aan de orde als wordt voldaan aan één of meer situaties die zijn genoemd in het huidige artikel 11 lid 4 Wet OB.

Er is daarnaast sprake van een bouwterrein als er een ander objectief gegeven is waaruit blijkt dat het terrein tijdens de levering was bestemd om te worden bebouwd, bijvoorbeeld in geval van een aangevraagde (maar nog niet verleende) omgevingsvergunning of gemaakte architectkosten. De intentie van de verkrijger om de grond te bebouwen kan al voldoende zijn, mits dit wordt ondersteund door objectieve gegevens. Van onbebouwde grond is ook sprake als grond met een gebouw wordt geleverd en de leverancier zich heeft verplicht om het gebouw volledig te slopen.

Het criterium “de bestemming ten tijde van de levering” en het gegeven “dat er van onbebouwde grond sprake kan zijn als er nog opstallen aanwezig zijn”, zullen tot gevolg hebben dat er veel eerder sprake zal zijn van een met BTW-belaste levering dan momenteel het geval is.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met notaris Arjan Verrijp via 0174-637500 of info@westlandpartners.nl.

 

« terug