Wetsvoorstel Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA): een redmiddel voor bedrijven die in zwaar weer verkeren

vrijdag 2 augustus 2019

U bent ondernemer

Uw bedrijf heeft rendabele bedrijfsactiviteiten, maar kan op dit moment tijdelijk niet aan de hoge schuldenlast voldoen. De ene schuldeiser roept nog harder dan de ander. Er wordt beslag gelegd. Zekerheidsrechten worden ingeroepen. Ook het faillissement is aangevraagd. Ter voorkoming hiervan probeert u tot een crediteurenakkoord te komen. Dit proces verloopt stroef, want enkele hardnekkige schuldeisers willen hieraan niet meewerken. Uiteindelijk gaat uw bedrijf failliet.

U als schuldeiser

Of: aan u als schuldeiser wordt zo’n buitengerechtelijk crediteurenakkoord voorgelegd. U krijgt twee opties voorgeschoteld: of u gaat akkoord met betaling van een klein percentage van uw vordering of uw schuldenaar gaat failliet en u staat met lege handen. U leest ook iets over een kort geding om u te dwingen hiermee akkoord te gaan omdat u anders uw rechten zou misbruiken. In hoeverre kunt u worden verplicht om met dit voorstel in te stemmen?

Hoe is het nu geregeld

Op dit moment is er in Nederland geen wettelijke regeling voor een dwangakkoord buiten een faillissement. Een algeheel crediteurenakkoord kan in principe enkel worden bereikt als alle schuldeisers en aandeelhouders hiermee instemmen. Contractsvrijheid staat dus voorop, tenzij een schuldeiser op aantoonbare onredelijke gronden niet instemt met het voorgestelde akkoord.

De wetgever vindt dat het anders moet: WHOA

De Nederlandse wetgever vindt echter dat het voor levensvatbare bedrijven die in zwaar weer verkeren mogelijk moet zijn om buiten faillissement of surseance haar schulden te saneren door een dwangakkoord op te leggen aan alle schuldeisers. Een (onnodig) faillissement kan daardoor worden voorkomen, zodat niet enkel de onderneming maar ook de baan van werknemers wordt gered. Hiertoe is recentelijk het Wetsvoorstel Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) bij de Tweede Kamer ingediend.

Het Wetsvoorstel Homologatie Onderhands Akkoord versterkt het minnelijke gehele sanerings- en herstructureringsproces en maakt het mogelijk om aan schuldeisers en aandeelhouders een dwangakkoord op te leggen. Hierdoor kan worden voorkomen dat weigering van een kleine groep schuldeisers tot een faillissement leidt.

Hoofdlijnen WHOA

De WHOA vereist dat de schuldenaar eerst in onderling overleg probeert om met schuldeisers en aandeelhouders tot een akkoord te komen. Leidt dit niet tot een oplossing, dan kan aan schuldeisers en aandeelhouders een dwangakkoord worden opgelegd. Dit moet voldoen aan de onderstaande eisen (hoofdlijnen):

  • totstandkoming van het dwangakkoord is noodzakelijk en toereikend om een dreigend faillissement van de onderneming te voorkomen;

  • minstens de meerderheid van één categorie van betrokken schuldeisers of aandeelhouders ondersteunt het akkoord;

  • er ligt een redelijk voorstel en de schuldeisers en aandeelhouders zijn gebaat bij het akkoord of gaan er niet op achteruit. Zij mogen niet in een wezenlijke slechtere positie komen dan bij een faillissement. Daarnaast moeten de herstructureringslasten en de waarde die met het akkoord kan worden geëffectueerd onder de categorieën van schuldeisers en aandeelhouders worden verdeeld.

Uitvoering en gevolgen

Op basis van de WHOA en de huidige praktijk is het de verwachting dat de schuldenaar zelf het initiatief neemt tot een akkoord. Een schuldeiser kan de schuldenaar echter ook verzoeken om een akkoord voor te stellen en de rechter verzoeken hiertoe een deskundige aan te stellen. Schuldeisers worden opgedeeld in klassen. Indien 2/3 van een klasse instemt met het akkoord, dient het akkoord (tenzij zich uitzonderingsgronden voordoen) verbindend te worden verklaard.

Middels het akkoord kunnen wijzigingen worden aangebracht in vorderingsrechten van alle categorieën schuldeisers. Daarnaast biedt het grondslag om lopende overeenkomsten aan te passen. Verder kunnen zekerheidsrechten van derden worden gewijzigd.

Na de aanbieding van een akkoord kan door de schuldenaar (meermaals) aan de rechter worden verzocht een afkoelingsperiode te bepalen. Ten aanzien van faillissementsaanvragen ingediend ná aanbieding van een akkoord kan de schuldeiser aan de rechter verzoeken de behandeling van de aanvragen (meermaals) aan te houden.

De plussen en minnen 

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat de WHOA meer dan welkom is voor levensvatbare bedrijven – groot of klein – die in financiële moeilijkheden verkeren. Met invoering van de WHOA kunnen (potentiele) levensvatbare ondernemingen worden gered, zodat waarde en werkgelegenheid niet verloren gaan. Dit is niet alleen in het belang van schuldeisers, werknemers en leveranciers, maar ook in het belang van de Nederlandse samenleving als geheel.

De WHOA kan tegelijkertijd ook grote impact hebben op de positie van schuldeisers, zo hebt u kunnen lezen. Een minderheid van schuldeisers kan een meerderheid van schuldeisers bij het stemmen overrulen en daarnaast kunnen de rechten van schuldeisers middels een akkoord ook worden gewijzigd. Hier staat tegenover dat een schuldeiser niet in een slechtere positie mag komen dan bij een faillissement.

Kinderschoenen

De WHOA staat in de kinderschoenen. Bij invoering zal dit nieuwe middel zich nog moeten uitkristalliseren. Logischerwijs zijn er knelpunten. Zo moet misbruik worden voorkomen en moet het realiseren van een akkoord ook voor kleinere ondernemingen praktisch en financieel uitvoerbaar zijn. Vanzelfsprekend geldt dit voor het gehele traject en is dat in het belang van alle betrokkenen: de onderneming, schuldeisers, deskundigen, juridisch adviseurs en rechters.

De tijd zal het leren.

Veel kunt u zelf. Maar als het juridisch complex wordt, is het fijn als een specialist u concreet adviseert.

Terug naar overzicht