Ga direct naar de inhoud.

Geen deksel die op alle potjes past

Na bijna tweehonderd jaar neemt Nederland afscheid van de algehele gemeenschap van goederen als basissysteem van het huwelijksvermogensrecht. Vanaf 1 januari 2018 treedt de Wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen in werking. Eigen vermogen dat vóór het trouwen privé is opgebouwd én erfenissen en giften blijven voortaan buiten de gemeenschap. Gemeenschappelijke voorhuwelijkse goederen en alle overige verkrijgingen tijdens het huwelijk vallen erin. Wat zijn de belangrijkste gevolgen van de nieuwe wet? Notaris Jennifer Fluitman verscheen onlangs in Notariaat Magazine met dit artikel.

‘Veel misverstanden bij publiek’

Onder consumenten leven veel misverstanden over de nieuwe wet, merkt notaris Jennifer Fluitman-Marinussen van Westland Partners. ‘In de media wordt de boodschap niet altijd goed uitgedragen. Zo las ik bijvoorbeeld enige tijd geleden in LINDAnieuws de kop ‘Tweede Kamer wil huwelijkse voorwaarden als standaard’. Dan lijkt het alsof het met ingang van 2018 automatisch allemaal goed is geregeld. Ik ben bang dat veel mensen denken dat ze niets meer hoeven vast te leggen.’ Maar niets is natuurlijk minder waar, vervolgt Fluitman. ‘Ondernemers doen er absoluut nog steeds verstandig aan om huwelijkse voorwaarden te maken. Ook voor samenwoners die een eigen woning hebben in een afwijkende eigendomsverhouding is het opletten geblazen. Een woning die op beide namen staat, valt na sluiting van het huwelijk in de beperkte gemeenschap van goederen. Ieder heeft dan dus recht op 50 procent. Dat geldt ook als een van beide echtelieden meer geld heeft ingebracht. De vordering van deze persoon op de ander wordt gehalveerd met het aangaan van het huwelijk.’

Een ander veelvoorkomend misverstand is dat uitsluitingsclausules overbodig zijn geworden. ‘Ik houd mijn cliënten voor dat hun kinderen in huwelijkse voorwaarden kunnen regelen dat een erfenis of schenking toch in de gemeenschap van goederen valt. Als erflaters of schenkers hun eigen wensen dus écht zeker willen stellen, moeten ze nog steeds een uitsluitingsclausule opnemen in testament of schenkingsovereenkomst.’

Vechtscheidingen

Fluitman betwijfelt of het nieuwe systeem tot meer vechtscheidingen zal leiden, zoals critici beweren. ‘Alle goederen die voor het huwelijk al tot het vermogen van een van de echtgenoten behoorden, blijven straks buiten de gemeenschap. Bij een echtscheiding moet die echtgenoot dat dan wel kunnen bewijzen. Daarover zal discussie ontstaan. Maar het is de vraag of dat meer discussies zullen zijn dan nu het geval is in vergelijkbare kwesties, zoals rond de uitsluitingsclausule, vergoedingsvorderingen en zaaksvervanging.’

Fiscale Nadelen

Als estate planner en bestuurslid van EPN voorziet Fluitman mogelijke fiscale nadelen. ’In het wettelijk stelsel blijft privévermogen privé, ook bij overlijden. Vermogen dat niet in de (beperkte) gemeenschap van goederen valt, behoort dus volledig tot de nalatenschap van de overleden echtgeno(o)t(e). Daarover is erfbelasting en/of inkomstenbelasting verschuldigd. Ook dan kan het nodig zijn om aanvullend iets te regelen. Een finaal rekenbeding in huwelijkse voorwaarden zorgt dat mensen kunnen afrekenen alsof sprake was van een algehele gemeenschap van goederen. Dan wordt over de helft van de waarde van het totale vermogen erfbelasting geheven. Ook kunnen huwelijkse voorwaarden bewerkstelligen dat een aanmerkelijkbelangclaim wordt beperkt.’

Voorlichting

De wetswijziging dringt volgens Fluitman door in alle secties van de notariële praktijk. ‘Het is belangrijk om hierbij de (juridische) medewerkers kantoor breed te betrekken. We moeten ook de bestaande modellen tegen het licht houden. Denk bijvoorbeeld ook aan de opeisbaarheidsgronden van de vorderingen van kinderen bij een wettelijke verdeling. In testamenten staat vaak dat kinderen hun deel mogen opeisen als de langstlevende hertrouwt, tenzij deze bepaalde huwelijkse voorwaarden opstelt. Die gronden moeten dus worden herschreven, aangezien voorhuwelijks vermogen straks per definitie buiten de gemeenschap blijft.’

Gelet op de onwetendheid onder het publiek ziet Fluitman een belangrijke voorlichtingstaak voor de notaris. ‘Als de mensen niet zelf naar de notaris komen, moeten wij zelf het initiatief nemen. Bijvoorbeeld door publiekslezingen te geven en (social) media in te zetten om mensen bewust te maken van de nieuwe wet en de gevolgen daarvan.’

« terug

Deel deze pagina op: