Enkele relevante fiscale wijzigingen op een rij – deel 1

Bent u directeur-grootaandeelhouder? Dan heeft u per 1 januari 2021 te maken met wijzigen in de fiscale wet- en regelgeving. Drs. Jos Brauwers, bedrijfs- en fiscaal econoom, geeft in twee blogs een selectie van een aantal relevante wijzigingen voor 2021. In de eerste blog zal hij in gaan op wijzigingen omtrent de vennootschapsbelasting. In de tweede en laatste blog komen een aantal relevante overige wijzigingen aan bod.

Vennootschapsbelasting

Wijziging tarief

Belastbare winst meer dan

doch niet meer dan

Belastingtarief 

Heffing

€ 0

€ 245.000

15%

€ 36.750

€ 245.000

 

25%

 


Het tarief voor de eerste schijf was in 2020 16,5% en de grens tussen de schijven was € 200.000. Vanaf 2022 wordt de grens verhoogd naar € 395.000.

Beperking liquidatie- en stakingsverliedregeling

Vanaf 1 januari 2021 is het niet langer mogelijk om het tijdstip waarop een liquidatie- of stakingsverlies ten laste van de fiscale winst kan worden gebracht naar willekeur te plannen. Dat geldt voor alle belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting, ongeacht de omvang van het liquidatie- of stakingsverlies. De liquidatieverliesregeling is beperkt door de invoering van drie nieuwe voorwaarden:

  • De temporele voorwaarde: een liquidatieverlies kan alleen worden benut binnen drie jaar nadat de activiteiten zijn beëindigd of het besluit daartoe is genomen.
  • De kwantitatieve voorwaarde: het liquidatieverlies is alleen aftrekbaar als de Nederlandse moedermaatschappij een beslissende invloed heeft op de besluitvorming van de dochteronderneming.
  • De territoriale voorwaarde: de dochteronderneming is zelf in Nederland of in een andere EU/EER-lidstaat gevestigd.

De territoriale en kwantitatieve voorwaarde zijn alleen van toepassing voor zover een liquidatieverlies meer bedraagt dan € 5.000.000. De toets aan de kwantitatieve en territoriale voorwaarde vindt plaats op het tijdstip direct voorafgaand aan het voltooien van de vereffening.

Met betrekking tot het stakingsverlies van een vaste inrichting is de kwantitatieve voorwaarde niet van toepassing, maar de temporele en territoriale voorwaarde wel. Er geldt een overgangsbepaling ten aanzien van de temporele voorwaarde.

Aanpassing verliescompensatie

Per 1 januari 2021 is in de Wet Vennootschapsbelasting een wijziging in de verliescompensatie opgenomen. Deze wijziging betekent dat vanaf 1 januari 2022 verliezen uit voorafgaande jaren, die gezamenlijk meer dan € 1.000.000 bedragen, in een bepaald jaar kunnen worden verrekend tot een bedrag van € 1.000.000 aan winst. Bij een belastbare winst boven € 1.000.000 zijn de verliezen slechts tot 50% van die hogere belastbare winst in dat jaar verrekenbaar. Tegenover deze beperking staat een verruiming in de vorm van een in de tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening.
De wijziging is ook van toepassing op de achterwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.

Een verlies dat als gevolg van de voorgestelde beperking in een jaar niet volledig voorwaarts of achterwaarts verrekenbaar is, kan in een volgend jaar met inachtneming van dezelfde beperking worden verrekend.

De wijzigingen met betrekking tot de voorwaartse verliesverrekening zijn van toepassing op alle verrekenbare verliezen die ontstaan vanaf 1 januari 2022 of die ultimo 2021 nog voorwaarts verrekenbaar zijn. Voor ib-ondernemers (box 1 in de inkomstenbelasting) en aanmerkelijkbelanghouders (box 2 in de inkomstenbelasting) blijft de verliesverrekening ongewijzigd.

Heeft u nog een vraag naar aanleiding van bovenstaande wijzigen of wilt u weten wat de gevolgen van deze wijzigingen voor uw situatie zijn, dan kunnen wij u dit inzicht in samenwerking met uw accountant en/of fiscalist geven. Neem hiervoor contact met ons op via onderstaand contactformulier.

 

Terug naar overzicht