Wetsvoorstel ‘Wet Excessief lenen bij eigen vennootschap’

donderdag 26 november 2020

Actualiteit

Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën heeft het wetsvoorstel ‘Wet Excessief lenen bij de eigen vennootschap’ bij de Tweede Kamer ingediend.

Met deze wet wil het kabinet het bovenmatig lenen door aanmerkelijkbelanghouders van de eigen vennootschap ontmoedigen.

Van bovenmatig lenen is sprake voor zover het gezamenlijke bedrag aan directe of indirecte schulden van een aanmerkelijkbelanghouder en diens partner bij de eigen vennootschap ultimo het jaar hoger is dan € 500.000. Schulden van verbonden personen (ouders, kinderen en kleinkinderen) die zelf geen aanmerkelijk belang hebben in de vennootschap tellen ook mee, maar alleen voor zover deze schulden hoger zijn dan € 500.000.
Het deel van de schulden boven de € 500.000 wordt aangemerkt als een zogenoemd fictief regulier voordeel. Hierover betaalt de aanmerkelijkbelanghouder aanmerkelijkbelangheffing (vanaf 2021: 26,9%). Ter voorkoming van dubbele belastingheffing wordt het fictief regulier voordeel verrekend zodra de schulden worden afgelost dan wel wanneer het aanmerkelijk belang eindigt.

De maatregel geldt voor alle schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner. Een uitzondering is er voor de schuld die is aangegaan bij de aankoop van de eigen woning en waarvan de rente aftrekbaar is in de inkomstenbelasting (de zogenoemde eigenwoningschuld). Deze uitzondering geldt als een recht van hypotheek op de eigen woning is verstrekt aan de vennootschap. Voor de eigenwoningschulden die zijn aangegaan voor 31 december 2022 geldt de uitzondering ook zonder het verstrekken van dit recht van hypotheek.

De maatregel treedt per 1 januari 2023 in werking. De eerste peildatum voor de beoordeling of er sprake is van bovenmatig lenen is 31 december 2023.

Tips

  • Voorgesteld wordt om de wet per 1 januari 2023 in werking te laten treden. Hierdoor hebt u als aanmerkelijkbelanghouder dus nog ruim 3 jaar de tijd om maatregelen te treffen.
    U kunt de schulden eventueel aflossen vanuit uw eigen middelen vanuit een dividenduitkering van uw vennootschap of door uw schuld te herfinancieren bij de bank. Niet aflossen is natuurlijk ook mogelijk. Wat financieel het meest voordelig voor u, wordt bepaald door uw feitelijke situatie.
  • Het wetsvoorstel vraagt in sommige situaties al dit jaar om actie. Zeker wanneer u overweegt om uw schulden uit een dividend van uw vennootschap. Het aanmerkelijkbelangtarief, dat u over het dividend verschuldigd bent, stijgt van 26,25% in 2020 naar 26,9% in 2021.
    Wanneer u overweegt om uw schulden af te lossen door vastgoed aan uw vennootschap over te dragen, dient u rekening te houden met de mogelijke stijging van de overdrachtsbelasting naar 8% per 1 januari 2021 voor alle soorten van vastgoed. Deze verhoging is voorgesteld in het op 15 september 2020 ingediende wetsvoorstel ‘Wet differentiatie overdrachtsbelasting’.
  • Het is voor de constatering van een fictief regulier voordeel niet bepalend of uw vennootschap positieve winstreserves heeft. Stel dat het eigen vermogen van uw vennootschap louter uit aandelenkapitaal bestaat of negatief is, omdat er sprake is van negatieve winstreserves, dan nog wordt kan er bij u een fictief regulier voordeel worden geconstateerd.
    Dit betekent, dat wanneer u bijvoorbeeld uw box 3-vermogen de afgelopen jaren als storting van kapitaal in een vennootschap hebt ingebracht en u dit bedrag vervolgens (deels) hebt teruggeleend, u mogelijk toch te maken hebt met een fictief regulier voordeel.
  • Een hypotheek bij de eigen bv wordt vanaf het moment van verstrijken van de periode waarin de hypotheekrente fiscaal aftrekbaar is (maximaal 30 jaar) in aanmerking genomen bij de bepaling van het fictief regulier voordeel.
    Dit kan ook het geval zijn als de woning niet (meer) kwalificeert als eigen woning voor de aanmerkelijkbelanghouder; bijvoorbeeld door verhuur van de woning of na een echtscheiding waarbij de ex-partner in de woning blijft wonen. Een eventuele schuld bij de bv inzake deze woning kwalificeert dan niet meer als eigenwoningschuld.

Terug naar overzicht