Woningen opkopen? Binnenkort misschien niet meer!

woensdag 23 december 2020

Eind november 2020 heeft onze minister van Binnenlandse Zaken twee voorstellen in internetconsultatie gebracht. Het wetsvoorstel bestaat uit een opkoopbescherming van woningen in bepaalde gebieden waardoor starters meer ruimte krijgen. Daarnaast bestaat het wetsvoorstel uit een (eenmalige) verlenging van de huurovereenkomst voor bepaalde tijd, zonder dat de huurder huurbescherming krijgt.

In deze blog zal dit wetsvoorstel worden behandeld.

Opkoopbescherming

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om in een bepaald gebied, denk aan een gebied waar sprake is van schaarste aan goedkope en middeldure koopwoningen, een opkoopbescherming in te voeren. De gemeente moet vooraf bepalen welke woningen in dat goedkope en middeldure segment vallen. De opkoopbescherming kan ook worden ingevoerd op het moment dat de leefbaarheid van de buurt onder druk staat doordat derden bijvoorbeeld veel woningen voor de verhuur opkopen.

Dit wetsvoorstel is dan ook bedoeld voor mensen die op zoek zijn naar een koopwoning om zelf in te wonen en daarop meer kans te maken.

In gebieden waar de opkoopbescherming wordt ingevoerd, kunnen verhuurders niet zomaar een woning opkopen en verhuren. Dit is slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk waarvoor ook een verhuurvergunning moet worden aangevraagd. Eén uitzondering is dat de woning die is gekocht aan een familielid wordt verhuurd. Daarnaast kunnen gemeenten extra eisen stellen aan de verhuurder met betrekking tot goed verhuurderschap. Ook kunnen gemeenten zelf extra uitzonderingsgronden vaststellen, gelet op de problematiek en samenstelling van de buurt.

Het is de bedoeling dat de wet wordt ingevoerd voor een periode van drie jaar. Indien in strijd wordt gehandeld met deze wet, dan kan door de gemeente een bestuurlijke boete worden opgelegd, zo volgt uit het wetsvoorstel.

Kortom: dit wetsvoorstel kan in bepaalde gebieden van grote invloed zijn op particulieren of ondernemers die willen investeren in woningen voor de verhuur. In dat kader wordt dit langzamerhand steeds meer en meer aan banden gelegd, zodat de woningschaarste voor starters wordt teruggedrongen. Aangezien het aan de gemeenten is om deze gebieden aan te wijzen, is het de vraag hoe daarmee om zal worden gegaan op het moment dat het wetsvoorstel ook daadwerkelijk in werking zal treden.

Verlenging tijdelijke huurovereenkomsten

Het tweede onderdeel van dit wetsvoorstel gaat over de verlenging van tijdelijke huurovereenkomsten voor woonruimte. Sinds 1 juli 2016 is het mogelijk om een tijdelijke huurovereenkomst voor een woonruimte te sluiten. Bij zelfstandige woonruimte mag deze maximaal twee jaar duren en voor onzelfstandige woonruimte maximaal vijf jaar. Verlenging voor bepaalde tijd is op grond van de huidige regelgeving niet toegestaan. Indien er dus een huurovereenkomst wordt gesloten voor de duur van bijvoorbeeld één jaar, dan wordt dat bij verlenging automatisch een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Indien sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, is het voor de verhuurder veel moeilijker om deze te beëindigen.

Volgens de minister kan door middel van dit wetsvoorstel flexibeler worden omgegaan met tijdelijke contracten voor verschillende groepen huurders, bijvoorbeeld arbeidsmigranten, bewoners van flexwoningen of personen die moeten wachten op een nieuwbouwwoning.

Voor zelfstandige woonruimte geldt dat een tijdelijke huurovereenkomst niet maximaal voor twee jaar kan worden aangegaan, maar maximaal voor de duur van drie jaar. In die drie jaar mag de huurovereenkomst ook eenmaal worden verlengd. Kortom: er kan, als het wetsvoorstel in werking treedt, voor zelfstandige woonruimte bijvoorbeeld een tijdelijke huurovereenkomst worden aangegaan voor de duur van één jaar, die vervolgens nog eens eenmaal wordt verlengd voor de duur van twee jaar (dus in totaal maximaal drie jaar).

Op grond van het wetsvoorstel kunnen huurder en verhuurder ook een minimumduur afspreken. Binnen die termijn mag de huurovereenkomst door beide partijen niet worden opgezegd. De termijn van de minimumduur is afhankelijk van de duur van de huurovereenkomst.

Kortom

De overheid zit niet stil. Op het gebied van vastgoed zijn vaak nieuwe ontwikkelingen gaande. Wij houden deze ontwikkelingen uiteraard nauwlettend voor u in de gaten. Heeft u een vraag over dit wetsvoorstel dan wel heeft u een andere vraag op het gebied van vastgoed? Schroom dan niet om eens contact op te nemen met vastgoedspecialist Mirjam Sterrenburg.

 

EVEN OVERLEGGEN?

BEL ONS

 

Blog wetsvoorstel vastgoed

Tags

Huurovereenkomst Vastgoedrecht Aannemer

Blog wetsvoorstel vastgoed

Columns van mr. M.J. (Mirjam) Sterrenburg

Terug naar overzicht